Bel mij terug

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Rentevaste periode

Uw maandlast bestaat grotendeels uit rente. Zet u de rente vast, dan bent u tijdens de rentevaste periode verzekerd tegen een rentestijging. De meest voorkomende perioden zijn 1, 5, 10, 15 en 20 jaar. Hoe langer u de rente vastzet, hoe hoger de rente.

 

Variabele rente

De kortste rentevaste periode die u kunt kiezen, is een variabele rente.

De hoogte van een variabele rente wordt elke maand of elk kwartaal opnieuw vastgesteld en kan daardoor ook elke maand wijzigen. U kunt direct profiteren van een rentedaling. Daar staat tegenover dat u ook meteen de invloed van een eventuele rentestijging terugziet in een hogere maandlast.

 

Rente met bandbreedte

Een variant op de variabele rente is de rentevorm met een bandbreedte.

Bijna de helft van de geldverstrekkers biedt deze rentevorm aan. Uw rente blijft voor een bepaalde periode ongewijzigd, zolang de dagrente binnen een afgesproken bandbreedte stijgt of daalt. De bandbreedte kan variëren van 0,5 tot 3%. Stijgt of daalt de dagrente buiten de bandbreedte, dan gaat uw rente mee voor zover de bandbreedte is overschreden.

 

Instaprente of rentebedenktijd

Bij een instaprente kunt u gedurende één of twee jaar op een door u gewenst moment de rente voor een langere periode vastzetten. U hebt daardoor de mogelijkheid om de ontwikkelingen in de markt af te wachten. Instaprente wordt ook wel 'rentebedenktijd vooraf' genoemd. Naast rentebedenktijd vooraf bieden een aantal geldverstrekkers ook een rentebedenktijd achteraf aan.

 

Tip: Laat altijd berekenen wat uw maandlasten worden als de rente zou stijgen na een korte rentevaste periode, zoals een instaprente.